
WILLEMSTAD – Curaçao heeft een sterke markt voor vakantieverhuur, maar de regulering blijft daar duidelijk bij achter. Dat blijkt uit een nieuwe regionale vergelijking van toerismeconsultant Odile Micheletti. Terwijl Curaçao hoog scoort op vraag, omzetgroei en seizoensbestendigheid, komt het eiland op regulering niet verder dan 65 punten. Micheletti noemt dat de belangrijkste rode vlag in de hele dataset.
De analyse vergelijkt Curaçao met 22 andere markten in het Caribisch gebied, Midden-Amerika, Mexico en de Verenigde Staten. De marktgegevens zijn afkomstig van AirDNA, een platform dat data over onder meer Airbnb en andere vakantieverhuurkanalen verzamelt.
Op de onderliggende AirDNA-scores doet Curaçao het op verschillende onderdelen juist sterk. Het eiland krijgt 90 punten voor vraag naar vakantieverhuur, 90 voor omzetgroei en 89 voor seizoensbestendigheid. Maar bij regulering zakt de score naar 65.
Beoordelingskader
AirDNA beoordeelt markten op een schaal van 0 tot 100. Daarbij kijkt het platform onder meer naar de vraag naar vakantieverhuur, omzetgroei, seizoensgevoeligheid, regulering en aantrekkelijkheid voor investeerders. Hoe hoger de score, hoe gunstiger AirDNA de markt op dat onderdeel beoordeelt.
De exacte berekening van de deelscores is niet openbaar. AirDNA gebruikt een eigen samengestelde methode waarvan de precieze weging niet wordt gepubliceerd.
Bestuurlijke kader
Volgens Micheletti is juist dat verschil opvallend. Zij spreekt van een kloof van ongeveer 24 tot 25 punten tussen de kracht van de markt en het bestuurlijke kader dat die markt moet begeleiden.
De consultant vergelijkt Curaçao daarbij met bestemmingen die zelf al te maken hebben met problemen rond snelle toeristische ontwikkeling. Cancún scoort volgens AirDNA 80 op regulering, Punta Cana en Bavaro 78 en Tulum 73.
Dat betekent volgens Micheletti niet automatisch dat die markten geen problemen kennen. Haar punt is juist dat zelfs bestemmingen die vaak worden genoemd als voorbeelden van overontwikkeling op papier over een sterker reguleringskader beschikken dan Curaçao.
Micheletti noemt de reguleringsscore daarom „het belangrijkste getal” voor beleidsmakers. De markt zelf is volgens haar gezond en de vraag is sterk, maar het bestuurlijke kader loopt achter.
In haar conclusie schrijft zij dat Curaçao juist nu werk moet maken van registratie, zonering en handhaving rond vakantieverhuur, zolang de vraag nog sterk is. Het risico is volgens haar dat de overheid pas ingrijpt wanneer de markt al met verzadiging en overontwikkeling te maken heeft.
De waarschuwing sluit aan bij de snelle groei van het aanbod op Curaçao. Het aantal actieve vakantieverhuuraccommodaties nam volgens AirDNA in een jaar tijd met 16,6 procent toe, terwijl de gemiddelde jaaromzet met 11,6 procent groeide. De bezettingsgraad steeg met 2,5 procent. Micheletti concludeert dat het aanbod daarmee sneller groeit dan de markt het in omzet weet op te nemen.
De reguleringsscore moet wel met enige voorzichtigheid worden gelezen. Micheletti vermeldt zelf dat AirDNA niet openbaar maakt hoe de verschillende onderdelen van de score precies worden gewogen. Het gaat bovendien om een momentopname van de markt op 19 en 20 augustus en niet om een afzonderlijke juridische beoordeling van de Curaçaose regelgeving.
Volgens Micheletti verandert dat niets aan het bredere beeld: de economische fundamenten van de vakantieverhuur op Curaçao zijn sterk, maar het beleid rond registratie, ruimtelijke ordening en toezicht houdt daar nog onvoldoende gelijke tred mee.





































